Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
’s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord de heer [A], directeur van belanghebbende, mevrouw [B], als gemachtigde van belanghebbende, bijgestaan door de heren [C] en [D], taxateurs, en mevrouw [E], dochter van de heer [A] en adviseur van belanghebbende, alsmede, namens de Inspecteur, de heer [F], bijgestaan door de heren [G] en [H], taxateurs.
2.Feiten
€ 176.474
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
“voor u verzorgde arrangementen”op de overgelegde facturen van reisbureau [J] of
“vliegkosten”op de facturen bij vliegmaatschappij [K] B.V. zijn daartoe onvoldoende. Dat volgens belanghebbende deze uitgaven voor zakelijke doeleinden zijn gedaan, dat de uitgaven passen in de stijl van de vennootschap en in verhouding tot het behaalde resultaat verantwoord zijn, maakt dat niet anders nu deze stelling niet met verifieerbare gegevens is onderbouwd. Dit klemt te meer nu uit derdenonderzoek bij reisbureau [J] is gebleken dat in ieder geval in 2006 en 2008 privéreizen van de DGA zijn geboekt als zakelijke kosten. Belanghebbende heeft nog gesteld dat de reizen gemaakt zijn in verband met de mogelijke aankoop van onroerende zaken in het buitenland, maar de rechtbank acht dat niet aannemelijk. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat belanghebbende feitelijk uitsluitend in in Nederland gelegen onroerende zaken heeft belegd.
,in tegenstelling tot de Inspecteur, niet heeft meegerekend. Belanghebbendes stelling dat de DGA geen kosten voor de ontvangst van relaties bij haar in rekening brengt, wordt niet onderbouwd, zodat aan die stelling, naar de mening van de Inspecteur, voorbij kan worden gegaan. De Inspecteur bestrijdt dat de gestelde terugbetalingen door de DGA betrekking hebben op de gecorrigeerde uitgaven, omdat deze betalingen niet zijn gecrediteerd op dezelfde grootboekrekening en daarom ziet hij geen aanleiding de correctie aan te passen.
€ 125.474
€ 711.126
5.Beslissing
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht en de proceskosten;
- verklaarthet bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigtde uitspraken van de Inspecteur;
- vermindertde aanslag tot een berekend naar een belastbaar bedrag van € 2.226.615 en de beschikking heffingsrente overeenkomstig de vermindering van de aanslag;
- veroordeeltde Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende vastgesteld op € 974; en
- wijstde Staat aan als de rechtspersoon die de proceskosten moet vergoeden.