Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was commercieel directeur bij een onderneming en is in 2001 ontslagen. Na een civiele procedure ontving hij in 2009 een contractueel overeengekomen winstaandeel over het jaar 2000 met wettelijke rente vanaf 1 april 2001. Het geschil betrof of dit winstaandeel in 2009 belastbaar was en of advocaatkosten gemaakt in de jaren 2001-2009 aftrekbaar waren.
Het hof oordeelde dat het winstaandeel loon uit vroegere dienstbetrekking is en dat het pas in 2009 vorderbaar en inbaar was, omdat de ex-werkgever weigerde eerder te betalen. De wettelijke rente vanaf 1 april 2001 betekent niet dat het loon rentedragend werd in de zin van de Wet IB 2001. Advocaatkosten zijn niet aftrekbaar en vormen ook geen negatief loon, omdat de Wet IB 2001 de aftrek van beroepskosten heeft afgeschaft zonder overgangsbepalingen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het winstaandeel in 2009 belastbaar is en dat advocaatkosten niet aftrekbaar zijn.