Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
9.Het verloop van de procedure
- de nadere memorie na enquête van [houthandel] met een productie;
- de antwoordmemorie na enquête van [geïntimeerde].
10.De verdere beoordeling
heer [medewerker 1](hierna: [medewerker 1]) [medewerker 1]heeft verklaard dat hij [geïntimeerde] op 5 november 2008 heeft gebeld en dat hij [geïntimeerde] heeft gezegd dat met name de 27 mm-planken en vooral die van kwaliteit ‘R’ niet goed waren. Hij heeft verklaard te denken dat hij hiervan een notitie heeft gemaakt in het MD-systeem in zijn computer. Bij memorie na enquête heeft [houthandel] dienaangaande productie H. overgelegd.
[getuige 5]waarin hij verklaart dat hij zich niets kan herinneren van een bezoek van de heer [houthandel] gedurende het jaar 2008 en dat noch de heer [houthandel], noch de heer [geïntimeerde] planken heeft teruggebracht met een klacht over de kwaliteit.
[getuige 3], adviseur in arbeidsrecht/sociaal recht, staat vermeld dat hij de hele middag van 12 november 2008 met de heer [geïntimeerde], diens zoon [getuige 4] en de heer [getuige 2], de accountant van [geïntimeerde], samen is geweest om te praten over de financiële problemen van het bedrijf van [geïntimeerde].
[getuige 2],accountant
,verklaart schriftelijk dat hij naar aanleiding van de zorgwekkende financiële situatie van het bedrijf de ochtend van 12 november 2008 bij [geïntimeerde] heeft doorgebracht om de financiële balans op te maken. Daarna hebben zij samen geluncht. ’s Middags heeft de heer [getuige 3] zich bij hen gevoegd. [geïntimeerde], zijn zoon [getuige 4], [getuige 3] en [getuige 2] hebben samen gewerkt tot het eind van de dag.
[getuige 1], directeur bedrijfsvoering van Merranderie des Vosges du Nord, producent van hout voor vaten, heeft schriftelijk verklaard dat hij de heer [houthandel] nooit voor een bezoek aan zijn atelier heeft gezien.