Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
6.De gronden van het hoger beroep
7.De beoordeling
€ 913,37 ex. btw +
€ 913,37 +
€ 913,37 +
€ 250,--
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert geïntimeerde vergoeding van schade wegens verduistering van gelden door appellant, die als oproepkracht barman was in het café van geïntimeerde. Uit onderzoek en observaties bleek dat appellant geld van de kassa achterhield. De rechtbank had appellant veroordeeld tot betaling van een geschatte schadevergoeding van ruim €22.800, inclusief kosten en rente.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij pas vanaf Koninginnedag 2011 verduisterde en slechts een bedrag van €4.080,-- had verduisterd, terwijl geïntimeerde stelde dat de verduisteringen al in november 2009 begonnen en de schade aanzienlijk hoger was. Het hof overweegt dat de bewijslast voor het aanvangsmoment van de onrechtmatige daad bij geïntimeerde ligt, maar erkent dat het voor geïntimeerde moeilijk is hard bewijs te leveren.
Het hof acht de door geïntimeerde overgelegde boekhoudkundige gegevens voldoende om voorshands te bewijzen dat de verduisteringen al in november 2009 begonnen. Appellant heeft echter expliciet tegenbewijs aangeboden, dat het hof toelaat. Het hof bepaalt dat getuigen gehoord zullen worden en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van de bewijslevering.
Uitkomst: Appellant wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen stellingen over de periode en omvang van verduistering.