Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak is de ondertoezichtstelling van een minderjarige jongen, geboren in 2005, aan de orde. De rechtbank Limburg had de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar uitgesproken vanwege ernstige bedreiging van de geestelijke en lichamelijke belangen van de jongen, veroorzaakt door de voortdurende strijd tussen zijn ouders. De vader is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking.
De vader betwist de noodzaak van de ondertoezichtstelling en stelt dat de zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van zijn zoon niet gerechtvaardigd zijn. Hij wijst op het ontbreken van onderzoek naar vermeende mishandeling door de moeder en vindt de maatregel te zwaar. De Raad voor de Kinderbescherming en Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg benadrukken de zorgelijke situatie, waarbij de communicatie tussen ouders volledig stagneert en de jongen een negatief moederbeeld ontwikkelt.
De moeder ondersteunt de ondertoezichtstelling en wijst beschuldigingen van mishandeling af, terwijl zij benadrukt dat het contact met de zoon gefrustreerd wordt door de vader en diens familie. Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:254 BW Pro voldaan is aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling, gezien de bedreigde ontwikkeling van de minderjarige door de voortdurende ouderlijke strijd en het ontbreken van effectieve communicatie.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en benadrukt het belang van de ingezette hulpverlening, waaronder begeleiding bij omgangsregeling en psychologische ondersteuning. De proceskosten worden gecompenseerd volgens de gebruikelijke regel, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling door de ouderlijke strijd.