Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
Stichting Administratiekantoor [concern] Concern,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Stichting Administratiekantoor [concern II] Concern II,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/230663/HA ZA 11-238)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
"documenten waaruit duidelijk wordt wat er met het bedrijf/de bedrijven van [geïntimeerde 2] is gebeurd". Voor zover de vordering betrekking heeft op
alle leveringsakten, zonder nadere aanduiding, is deze evenmin toewijsbaar. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [appellante] in haar memorie er gewag van maakt dat oprichtingsakten niet duidelijk zijn (punt 16), oprichtingsakten vragen opleveren en dat [appellante]
het vermoedenheeft dat meer transacties hebben plaatsgevonden dan waarin inzage is gegeven (punt 18). Gelet op een en ander heeft naar het oordeel van het hof [appellante] onvoldoende concreet aangegeven dat die stukken van belang zijn en waarom die stukken van belang zijn .