Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
6.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 21 januari 2014;
- de voorafgaand aan de getuigenverhoren door FFK in het geding gebrachte twee ordners met personeelsgegevens (producties 5A tot en met 9B);
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 2 april 2014;
- het proces-verbaal van contra-enquête van 3 juni 2014;
- de memorie na enquête van FFK met twee producties (nrs. 10 en 11);
- de (antwoord)memorie na enquête van [geïntimeerde].
7.De verdere beoordeling
- op 12 april 2010 een assistent medewerker fastfood voor 22,5 uur per week;
- op 24 april 2010 een assistent medewerker fastfood voor 15 uur per week;
- op 3 oktober 2010 een assistent medewerker fastfood voor 20 uur per week;
- op 21 oktober 2010 een assistent medewerker fastfood voor 20 uur per week;
- op 16 januari 2011 een assistent medewerker fastfood voor 20 uur per week.
- op 12 april 2010 een assistent medewerker fastfood voor 8 uur per week;
- op 26 november 2010 een assistent medewerker fastfood voor 15 uur per week.
- op 2 oktober 2010 een assistent medewerker fastfood voor 15 uur per week;
- op 19 januari 2011 een assistent medewerker fastfood voor 25 uur per week.
- op 25 april 2010 een assistent medewerker fastfood voor 18 uur per week;
- op 16 mei 2010 een assistent medewerker fastfood voor 18 uur per week;
- op 15 augustus 2010 een assistent medewerker fastfood voor 15 uur per week;
- op 30 augustus 2010 een assistent medewerker fastfood voor 26 uur per week;
- op 15 december 2010 een assistent medewerker fastfood voor 30 uur per week.
- dat [geïntimeerde] concrete informatie heeft verstrekt over de hoogte van het salaris dat zij bij FFK ontving en het lagere bedrag aan ziekengeld dat zij na de beëindiging van haar dienstverband ontving;
- dat niet gesteld of gebleken is dat [geïntimeerde] ten tijde van de beëindiging van haar dienstverband een concreet uitzicht had op een bepaalde andere werkkring dan wel dat een dergelijk uitzicht bestond op de wat langere termijn;
- dat anderzijds ook gezien haar medische beperkingen onzeker is hoe lang [geïntimeerde] bij FFK of bij een van de zusterondernemingen van [geïntimeerde] werkzaam zou zijn gebleven, als de opzegging van haar arbeidsovereenkomst niet zou hebben plaatsgevonden, zodat de schade niet concreet kan worden berekend en dus geschat moet worden;
- dat deze onzekerheid in belangrijke mate door de kennelijke onredelijke opzegging door FFK is veroorzaakt.