Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.BNM Bouwmij B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
[geintimeerde 2.],wonende te [woonplaats],
9.Het verloop van de procedure
10.De verdere beoordeling
- de arbeidsovereenkomst van [appellant] met IBZ was qua inhoud en opmaak identiek aan de eerdere arbeidsovereenkomst van [appellant] met BNM;
- [appellant] heeft zijn feitelijke werkzaamheden op een project van BNM ongewijzigd voortgezet nadat hij in dienst was gekomen van IBZ;
- het loon dat [appellant] heeft ontvangen nadat hij in dienst was gekomen van IBZ is feitelijk door BNM voldaan en BNM heeft vragen van [appellant] over de arbeidsovereenkomst met IBZ beantwoord;
- [geintimeerde 2.] heeft ontslag aan [appellant] aangezegd;
- er is geen (schriftelijke) detacheringsovereenkomst tussen BNM en IBZ overgelegd.
11.De uitspraak
- tot betaling aan [appellant] van € 5.928,53 bruto, te vermeerderen met het bedrag dat hierover verschuldigd was door IBZ ter zake van de wettelijke verhoging op de voet van artikel 7: 625 BW, en de som van deze beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2010 tot de dag van de voldoening, alsmede
- tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 495,93;