Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
2 Het verloop van de procedure
- de dagvaarding in hoger beroep tevens memorie van grieven waarbij vijf grieven zijn voorgedragen en acht producties zijn overgelegd;
- de memorie van antwoord waarbij drie producties zijn overgelegd;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd en vragen van het hof hebben beantwoord;
- de door [appellante] ten behoeve van het pleidooi (tijdig) overgelegde productie 9.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
beschikt, terwijl de voorzieningenrechter de vorderingen heeft toegewezen omdat [appellante] op het moment van inschrijving niet het gevraagde keurmerk (of een gelijkwaardig document) zou hebben
overgelegd, hetgeen door Eye Watch niet is gesteld. [appellante] stelt dat zij de stellingen die Eye Watch aan de vorderingen ten grondslag heeft gelegd voldoende heeft weerlegd: Keurmerk versie 2 waarover [appellante] beschikt zou volgens [appellante], al dan niet tezamen met de verklaring van DNV (r.o. 4.1.1 sub g), gelijkwaardig zijn aan Herziene versie 3 zodat zij in feite over het gevraagde keurmerk beschikt. De rechtbank had reeds op grond daarvan de vorderingen van Eye Watch moeten afwijzen.
Herzieneversie 3 voor te schrijven, wordt door het hof verworpen. Uit de letterlijke tekst van het aanbestedingsdocument volgt dat de Gemeente Herziene versie 3 (juni 2013) heeft voorgeschreven. Voorts volgt uit de Nota van Inlichtingen (r.o. 4.1.1 sub c) dat de Gemeente daadwerkelijk heeft bedoeld om die versie voor te schrijven. Indien [appellante] van mening was dat die eis niet zonder het noemen van een specifieke reden had mogen worden gesteld in het aanbestedingsdocument, had zij daar voorafgaand aan de inschrijving over moeten klagen. Dat heeft zij echter niet gedaan. Datzelfde geldt voor de stelling dat dat een onwenselijke of onnodige eis zou zijn, zoals [appellante] in haar pleitnota betoogt onder verwijzing naar de e-mail van de NVB die zij als productie 9 heeft overgelegd. Dat betekent dat voor het antwoord op de vraag of [appellante] besteksconform heeft ingeschreven, Herziene versie 3 als uitgangspunt moet worden genomen. De vraag of Keurmerk versie 2, die [appellante] stelt te hebben ingediend, dezelfde waarborgen biedt als Keurmerk versie 3, behoeft om die reden niet te worden beantwoord.