ECLI:NL:GHSHE:2014:617
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- P.J.M. Bongaarts
- J.F.M. Pols
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende minnelijk traject en gebrekkige onderbouwing
Appellant verzocht in eerste aanleg om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank wees dit af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro, omdat appellant niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij niet te goeder trouw was, dat de boetes voor onverzekerde voertuigen onterecht waren beoordeeld, dat hij zijn situatie had gestabiliseerd en dat bijzondere omstandigheden en de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro van toepassing zijn. Tevens stelde hij dat het minnelijk traject niet kon worden doorlopen omdat schuldeisers niet wilden meewerken.
Het hof oordeelde dat de verklaring ex artikel 285 Fw Pro onvoldoende onderbouwd was en dat er geen aantoonbare pogingen waren gedaan om een minnelijk traject te starten. De schuldenstaat was onvolledig en bevatte onduidelijkheden, zoals fictieve data en ontbrekende toelichtingen. Ook ontbraken opgaven van goederen en gespecificeerde inkomsten. De psychosociale problematiek en verslaving van appellant waren onvoldoende onderbouwd met medische stukken.
Gezien deze tekortkomingen kon het hof niet toetsen of appellant te goeder trouw was geweest en of het minnelijk traject was doorlopen. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot schuldsanering afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwijst wegens onvoldoende minnelijk traject en gebrekkige onderbouwing.