Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
6.De gronden van het hoger beroep
7.De beoordeling
Een oplossing moet nog gevonden worden voor de tekst van art 13 (de juridische positie, indien partijen voor 15 december a.s. geen overeenstemming bereiken over de variabele beloning 2008. We bespraken dit eveneens op 24 juli en je zegde toe de passage af te zwakken).
bruto. Een betreurenswaardig laag rendement. Een andere oplossing lijkt binnen de kaders van de wet en regelgeving niet mogelijk (tenzij het advies van de heer [juridisch medewerker van belastingadviseurs] aan de RvC, dat ik niet heb mogen ontvangen, nog varianten aanreikt).
Op 13 december stuurde ik onderstaand bericht [hof: de e-mail vermeld in rechtsoverweging 7.1.7] aan de selectiecommissie van de RvC. Het betreft de afspraken, die nog dienen te worden gemaakt over (de optimalisatie van) het pensioen en het variabele deel van het salaris 2008.
Met verwijzing naar de informatie die ik van de heer [juridisch medewerker van belastingadviseurs] heb ontvangen, heb ik vanochtend contact gehad met de heer [voorzitter van de RvC en lid van de SC van de RvC van ZO Wonen]. Hij verzocht mij in overleg te treden met uw adviseur teneinde in beeld te brengen wat wettelijk gezien de maximale ruimte is om uw pensioenaanspraken te verhogen. In uw mail van gisterenochtend verzocht u om dit contact via u zelf tot stand te brengen. Zou u willen reageren op welke wijze ik met de heer [medewerker van fiscaal advies bureau] contact kan opnemen.
Ik begreep dat de heer [medewerker 1. van RGP] van [belastingadviseurs]Belastingadviseurs inmiddels schriftelijk advies aan jou heeft uitgebracht over de pensioenkwestie.
(…)”
- uw cliënt moet in het desbetreffende jaar daadwerkelijk en full time hebben gewerkt, met dien verstande dat indien uw cliënt in enig jaar niet daadwerkelijk en full time heeft gewerkt het maximum bedrag naar beneden wordt bijgesteld in evenredigheid met de door hem in dat jaar wel daadwerkelijk en full time gewerkte tijd;
- uitbetaling geschiedt op het einde van het desbetreffende kalenderjaar en naar rata van de mate waarin uw cliënt in dat jaar daadwerkelijk en full time heeft gewerkt, met dien verstande dat de jaren 2007 (pro rata) en 2008 zullen worden afgewikkeld binnen één maand na integrale acceptatie door uw cliënt van dit voorstel;
- alle consequenties uit fiscaal, sociaalverzekeringsrechtelijk of welk ander oogpunt dan ook van deze aanvullende betalingen zijn en blijven integraal voor rekening en risico van uw cliënt, ongeacht of deze zich tijdens of na diens dienstverband voordoen of blijken;
- de uitgekeerde bedragen zullen nimmer in voor uw cliënt gunstige zin onderdeel uitmaken van welke berekening dan ook voor enige vergoeding in het kader van een beëindiging van het dienstverband;
- uw cliënt sluit daarmede zijn discussie voor eens en altijd en zal verder con amore en fulltime zijn verplichtingen volgens de arbeidsovereenkomst nakomen;
- dit aanbod is all-in zonder dat uw cliënt nog met extra claims kan komen. Zo zijn en blijven de kosten van uw cliënt tot vergoeding van zijn rechtsbijstand en zijn overige adviseurs en/of anderszins voor zijn rekening en worden deze geacht in de onverplichte extra uitkering te zijn begrepen zonder dat deze daarnaast nog separaat zouden worden vergoed;
- dit één pakket vormende aanbod is à prendre ou à laisser door uw cliënt binnen twee weken na heden.
Naar aanleiding van bijgaande e-mail van 18 maart 2009 van uw cliënt bericht ik u dat de Raad van Commissarissen unaniem de discussie gesloten acht. Ik verwijs naar mijn brief d.d. 8 februari 2009 aan u. Cliënt ziet geen reden de discussie te heropenen, nog daargelaten de noodzakelijke aanstaande forse personeelsreductie bij ZO Wonen.
jouw vraagaan de hele RvC schriftelijk te doen toekomen, zodat daar geen misverstanden over konden ontstaan. Tevens heb ik aangegeven dat ik geen antwoord wilde geven, maar dat het een zaak van de voltallige RvC was.
Volgens het plan van aanpak wordt deze twee discussieversie besproken met de remuneratiecommissie van de raad van commissarissen.
a. een bedrag van € 12.157,48 bruto ter zake niet-genoten vakantiedagen.
8.De uitspraak
- een bedrag van € 12.157,84 bruto,
- een bedrag van € 30.269,91 bruto ter zake de bonus 2009,
- een bedrag van € 59.375,00 bruto ter zake pensioencompensatie,
- de maximale wettelijke verhoging van 50% over het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 12.157,84 bruto en het bedrag van € 30.269,91 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van het verschuldigd worden van deze wettelijke verhoging tot aan die der betaling,
- de wettelijke rente vanaf 1 december 2009 over het bedrag van € 12.157,84 bruto en het bedrag van € 30.269,91 bruto;