In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid centraal voor schade aan een stroomaggregaat dat tijdens vervoer van een evenementenbureau naar een verhuurder van de oplegger viel en beschadigd raakte. De huurder van het aggregaat, het evenementenbureau, vorderde vergoeding van de schade van de vervoerders, appellanten.
De rechtbank had appellanten hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, maar appellanten gingen in hoger beroep. Het hof vernietigde het vonnis voor appellant sub 2, omdat deze onterecht was betrokken, maar bekrachtigde het vonnis voor appellant sub 1. Het hof oordeelde dat appellant sub 1 als professioneel vervoerder onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door niet te controleren of het aggregaat met spanbanden was vastgezet, wat leidde tot het vallen en beschadigen van het aggregaat.
Het hof verwierp het verweer dat het evenementenbureau instemde met het vervoer zonder spanbanden en dat de schade niet door het evenementenbureau maar door de verhuurder werd geleden. De schade die de verhuurder leed, was ook de schade van het evenementenbureau dat huurder was. De kostenveroordeling bleef grotendeels in stand en appellanten werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.