ECLI:NL:GHSHE:2015:1098

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 maart 2015
Publicatiedatum
30 maart 2015
Zaaknummer
F 200.148.953_01 en F 200.148.222_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging erkenning wegens uitsluiting biologische vaderschap na DNA-onderzoek

In hoger beroep is door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vastgesteld dat de man niet de biologische vader is van de minderjarige, op grond van een deskundigenonderzoek uitgevoerd door een DNA-specialist van Verilabs Nederland B.V. Het hof achtte het van belang dat de juridische status van de minderjarige wordt aangepast aan de biologische werkelijkheid en vernietigde daarom de erkenning.

Partijen hebben de mogelijkheid gehad om te reageren op het deskundigenbericht, maar maakten geen bezwaar tegen de conclusie dat het vaderschap is uitgesloten. Het hof oordeelde dat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die zich tegen de vernietiging van de erkenning verzetten.

Met betrekking tot de kosten van het deskundigenonderzoek bepaalde het hof dat, gelet op de familierechtelijke aard van het geschil en artikel 244 lid 2 Rv Pro, iedere partij haar eigen kosten draagt en dat de kosten van de deskundige gelijkelijk verdeeld worden. De moeder werd veroordeeld tot betaling van de helft van de kosten, evenals de man.

De beschikking van de rechtbank Limburg van 29 augustus 2013 werd bekrachtigd, terwijl de beschikking van 6 februari 2014 gedeeltelijk werd vernietigd. Het hof verzocht de griffier een afschrift van de uitspraak te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand voor latere vermelding in de registers.

Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door de man wordt vernietigd omdat DNA-onderzoek uitsluit dat hij de biologische vader is.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
Uitspraak: 26 maart 2015
Zaaknummers: F 200.148.953/01 en F 200.148.222/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/175449 / FA RK 12-1150
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. P. Winkens,
en
in de zaak in hoger beroep van:
[bijzondere curator],
advocaat, kantoorhoudende te [kantoorplaats],
in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige
[de zoon],
hierna te noemen: [de zoon].
Als belanghebbende in beide zaken wordt aangemerkt:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
advocaat: aanvankelijk mr. S.C. van Heerd, thans zonder advocaat.

5.De beschikking van 30 oktober 2014

Bij die beschikking heeft het hof:
- een deskundigenonderzoek gelast naar de vraag of de man de verwekker is van [de zoon];
- tot deskundige benoemd dr. M. Hidding of haar plaatsvervanger, DNA-specialist, werkzaam bij Verilabs Nederland B.V., Postbus [postbusnummer], [postcode] [plaats];
- de deskundige verzocht een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, aan de griffie van dit hof te doen toekomen;
- het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek voorlopig op een bedrag van
€ 855,- bepaald en bepaald dat het voorschot voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komt;
- bepaald dat, nadat het schriftelijk bericht van de deskundige ter griffie is ontvangen, partijen in de gelegenheid worden gesteld daar binnen een termijn van twee weken schriftelijk op te reageren;
- iedere verdere beslissing aangehouden tot pro forma 31 maart 2015;

6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van de brief met bijlagen van [medewerker Verilabs], werkzaam bij Verilabs, d.d. 24 december 2014, met daarbij gevoegd het verwantschapsonderzoek d.d. 15 december 2014.
De moeder en de man zijn in de gelegenheid gesteld om op de inhoud van het deskundigenbericht te reageren. De moeder heeft bij V-formulier van 27 januari 2015 het hof te kennen gegeven geen opmerkingen te hebben met betrekking tot de inhoud van het deskundigenbericht. De man heeft gereageerd bij brief, ingekomen ter griffie op 28 januari 2015. In deze brief worden geen kanttekeningen bij de inhoud van het deskundigenbericht gemaakt.

7.De verdere beoordeling

7.1.
De conclusie van het verwantschapsonderzoek luidt dat het uitgesloten is dat de man de biologische vader is van [de zoon].
7.2.
Het hof is van oordeel dat op grond van het verrichte verwantschapsonderzoek thans vast staat dat de man niet de biologische vader van [de zoon] is. Aan de wettelijke grond voor vernietiging van de erkenning is dan ook voldaan. Het hof acht het voorts in het belang van [de zoon] dat diens erkenning door de man wordt vernietigd en zijn juridische status in zoverre in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid. Feiten of omstandigheden op grond waarvan de belangen van [de zoon] zich tegen toewijzing van het verzoek tot vernietiging van de erkenning zouden kunnen verzetten, zijn gesteld noch gebleken.
Kosten van de deskundige en proceskosten
7.3.
De kosten van de deskundige zijn bij de tussenbeschikking van 30 oktober 2014 voorlopig ten laste van 's Rijks kas gebracht. De kosten van de deskundige zijn uiteindelijk begroot op € 585,- (inclusief BTW).
De moeder is van mening dat de kosten van de deskundige niet door haar, maar door de staat dienen te worden betaald. De moeder voert daartoe aan dat zij van meet af aan te kennen heeft gegeven dat de man niet de biologische vader van [de zoon] kon zijn en dat dit nu ook blijkt uit het verwantschapsonderzoek. Een verwantschapsonderzoek was derhalve niet noodzakelijk, zo begrijpt het hof de stellingname van de moeder.
De man stelt zich op het standpunt dat de kosten van de deskundige niet voor zijn rekening dienen te komen, aangezien het (het hof begrijpt: de erkenning van [de zoon]) de wil was van de moeder en van [de zoon] zelf. De man voert voorts aan deze kosten niet te kunnen voldoen, omdat hij onder bewind staat.
Gelet op de familierechtelijke aard van het geschil zullen de proceskosten in die zin worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt, gegeven artikel 244 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. Gezien hetgeen het hof in rechtsoverweging 3.13.2. van de beschikking van 30 oktober 2014 heeft overwogen is het hof voorts van oordeel dat partijen ieder de helft van de deskundigenkosten voor hun rekening dienen te nemen. Hetgeen partijen hierover hebben aangevoerd, brengt het hof niet tot een ander oordeel.
7.4.
Het voorgaande leidt ertoe dat de beschikking waarvan beroep van 29 augustus 2013 dient te worden bekrachtigd en de beschikking van 6 februari 2014 gedeeltelijk dient te worden vernietigd.

8.De beslissing

Het hof:
in de zaak met zaaknummer F 200.148.953/01 en in de zaak met zaaknummer
F 200.148.222/01:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van
29 augustus 2013;
vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van
6 februari 2014, behoudens de beslissing omtrent de kosten van de deskundige,
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
vernietigt de erkenning van [de zoon], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], door [geïntimeerde], geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats];
verzoekt de griffier van het hof niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift van deze uitspraak te zenden naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] om als latere vermelding te worden toegevoegd aan de onder hem berustende akten van de burgerlijke stand;
stelt de kosten van het deskundigenbericht vast op € 585,-- (inclusief BTW);
veroordeelt de moeder tot betaling van een bedrag van € 292,50,-, te voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
veroordeelt de man tot betaling van een bedrag van € 292,50,-, te voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
verklaart deze beschikking voor zover deze betreft de beslissing over de kosten van de deskundige uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C. Bijleveld-van der Slikke, O.G.H. Milar en A.J.F. Manders en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2015.