Uitspraak
[de zoon],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In hoger beroep is door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vastgesteld dat de man niet de biologische vader is van de minderjarige, op grond van een deskundigenonderzoek uitgevoerd door een DNA-specialist van Verilabs Nederland B.V. Het hof achtte het van belang dat de juridische status van de minderjarige wordt aangepast aan de biologische werkelijkheid en vernietigde daarom de erkenning.
Partijen hebben de mogelijkheid gehad om te reageren op het deskundigenbericht, maar maakten geen bezwaar tegen de conclusie dat het vaderschap is uitgesloten. Het hof oordeelde dat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die zich tegen de vernietiging van de erkenning verzetten.
Met betrekking tot de kosten van het deskundigenonderzoek bepaalde het hof dat, gelet op de familierechtelijke aard van het geschil en artikel 244 lid 2 Rv Pro, iedere partij haar eigen kosten draagt en dat de kosten van de deskundige gelijkelijk verdeeld worden. De moeder werd veroordeeld tot betaling van de helft van de kosten, evenals de man.
De beschikking van de rechtbank Limburg van 29 augustus 2013 werd bekrachtigd, terwijl de beschikking van 6 februari 2014 gedeeltelijk werd vernietigd. Het hof verzocht de griffier een afschrift van de uitspraak te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand voor latere vermelding in de registers.
Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door de man wordt vernietigd omdat DNA-onderzoek uitsluit dat hij de biologische vader is.