In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 13 juli 2012 vernietigd betreffende de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor hennepteelt, handel in hennep, witwassen van contant geld en deelname aan een criminele organisatie.
Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €527.083, gebaseerd op een kasopstelling die een verschil tussen inkomsten en uitgaven over de jaren 2005-2008 aantoonde. De verdediging voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en tegen de hoogte van de betalingsverplichting, onder meer vanwege het ontbreken van schriftelijke antwoorden van de Belastingdienst en vermeende dubbele bestraffing.
Het hof verwierp de niet-ontvankelijkheidsverweren omdat het Openbaar Ministerie niet verantwoordelijk is voor het niet uitvoeren van opdrachten door de Belastingdienst en omdat alsnog overleg tussen partijen had plaatsgevonden. Tevens werd het standpunt van de verdediging gevolgd dat reeds fiscaal belaste inkomsten in mindering moeten worden gebracht op de ontnemingsvordering om dubbele bestraffing te voorkomen.
Daarnaast verrekende het hof de opbrengst van verbeurdverklaarde goederen met de betalingsverplichting, waardoor het uiteindelijke bedrag dat de veroordeelde aan de Staat moet betalen werd vastgesteld op €114.130. Het arrest werd uitgesproken op 30 maart 2015 door mr. A.R.O. Mooy, mr. J. Swinkels en mr. G.TH.C. van der Bilt.