ECLI:NL:GHSHE:2015:1273

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
7 april 2015
Publicatiedatum
7 april 2015
Zaaknummer
HD200.144.765_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vernietiging beslissing akte niet-dienen in civiele procedure afgewezen

In deze civiele procedure tussen appellante en geïntimeerden stond een verzoek tot vernietiging van de beslissing van de rolraadsheer centraal om een akte niet-dienen ongedaan te maken. Het hof heeft de zaak behandeld na een tussenarrest en comparitie, waarbij verschillende processtukken en producties zijn ingebracht.

Het hof overweegt dat de beslissing van de rolraadsheer geldt als een tussenarrest, waartegen in beginsel alleen cassatieberoep openstaat bij het eindarrest. Het verzoek tot vernietiging wordt daarom afgewezen en de memorie van antwoord blijft deel uitmaken van de processtukken. Tevens wijst het hof een verzoek tot tussentijds openstellen van cassatieberoep af.

Het hof benadrukt dat het bevoegd is een eerdere bindende eindbeslissing te heroverwegen indien deze berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, maar oordeelt dat dit hier niet aan de orde is. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het opgeven van verhinderdata voor voortzetting van het pleidooi, en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van de beslissing om een akte niet-dienen ongedaan te maken af en verwijst de zaak voor voortzetting van het pleidooi.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.144.765/01
arrest van 7 april 2015
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. T.E. van der Bent te Zeist,
tegen

1.[Assurantiën] Assurantiën,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3.
Hatruco B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. A.S. van Randwijck te Rotterdam,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 20 mei 2014 in het hoger beroep van de door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven onder zaaknummer 801421/12-46 gewezen vonnissen van 7 maart 2013 en 28 november 2013 tussen appellante - [appellante] - als eiseres en geïntimeerden - [Assurantiën] c.s. - als gedaagden.

5.Het verloop van de procedure

5.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 20 mei 2014 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 11 juni 2014;
  • de memorie van grieven/tevens wijziging van eis met een productie;
  • het emailbericht van 9 oktober 2014 van het hof aan de raadslieden van partijen (zie daarover hierna onder 6.2.) ;
  • de memorie van antwoord met producties;
  • de bij brief van 27 januari 2015 door [Assurantiën] c.s. overgelegde producties;
  • de nummers 1 tot en met 4 van de pleitnota van [appellante] ;
  • de akte van 3 maart 2015 van [appellante] ;
  • de akte van 3 maart 2015 van [Assurantiën] c.s..
5.2.
Tijdens het pleidooi in hoger beroep van 2 februari 2015 hebben zich twee processuele kwesties voorgedaan.
Ten eerste heeft [appellante] (nr. 1 van haar pleitnota) bezwaar gemaakt tegen bovengenoemde door [Assurantiën] c.s. ten behoeve van het pleidooi overgelegde producties. Het hof heeft besloten de producties toe te staan en [appellante] in de gelegenheid te stellen hierop desgewenst bij akte nog te reageren.
Vervolgens heeft [appellante] (pleitnota nrs 2 tot en met 4) verzocht om vernietiging van de beslissing van de rolraadsheer om de akte niet-dienen ten aanzien van de memorie van antwoord ongedaan te maken. Het hof heeft hierop besloten het pleidooi voor het overige aan te houden en beide partijen eerst in de gelegenheid te stellen een akte te nemen op de rol van 3 maart 2015: (i) [appellante] met het doel om te reageren op genoemde producties en (ii) [Assurantiën] c.s. om te reageren op genoemd verzoek tot vernietiging van de beslissing van de rolraadsheer. Het hof heeft de nummers 5 en verder van de pleitnota van [appellante] verder niet meer in aanmerking genomen en beschouwt deze als niet in de procedure gebracht. Voorts heeft het hof de pleitnota van [Assurantiën] c.s. aan haar raadsman teruggegeven.

6.De beoordeling

6.1.
Over bovengenoemde door [Assurantiën] c.s. overgelegde producties overweegt het hof als volgt. Zoals al overwogen onder 5.2. heeft het hof [appellante] in de gelegenheid gesteld daarop te reageren en uitsluitend met dat doel nog een akte te nemen. Het hof heeft daaraan niet, zoals [appellante] in haar akte van 3 maart 2015 naar voren brengt, de beperking verbonden dat die reactie niet vergezeld zou mogen gaan van producties. Het is [appellante] dan ook toegestaan om desgewenst voorafgaand aan de voortzetting van het pleidooi de in haar akte van 3 maart 2015 genoemde twee producties alsnog tijdig in het geding te brengen. [Assurantiën] c.s. kan daarop tijdens de voortzetting van het pleidooi reageren.
6.2.1.
Ten aanzien van het verzoek tot vernietiging van de (bij emailbericht van 9 oktober 2014 van het hof aan partijen kenbaar gemaakte) beslissing van de rolraadsheer om de akte niet-dienen ongedaan te maken, overweegt het hof het volgende.
6.2.2.
Genoemde beslissing heeft te gelden als een tussenarrest (zie ook de conclusie van A-G mr E.M. Wesseling-van Gent, ECLI:NL:PHR:2014:79, onder nr. 2.5.). Zoals [Assurantiën] c.s. terecht aanvoert, staat daarom tegen die beslissing in beginsel slechts tezamen met het te zijner tijd te wijzen eindarrest cassatieberoep open.
Het hof gaat dan ook niet over tot vernietiging van de beslissing tot het ongedaan maken van de akte niet-dienen. De memorie van antwoord blijft deel uitmaken van de processtukken waarop het hof zijn oordeel over het geschil tussen partijen zal baseren.
6.2.3.
Voor zover [appellante] heeft bedoeld een verzoek te doen tot het tussentijds openstellen van cassatieberoep, wijst het hof dit af.
6.2.4.
Ten overvloede overweegt het hof nog dat voorzover genoemde rolbeslissing zou moeten worden aangemerkt als een bindende eindbeslissing van het hof, het volgende geldt.
Het hof begrijpt uit de stellingen van [appellante] dat zij het hof dan verzoekt terug te komen op die bindende eindbeslissing. In beginsel is het hof aan een bindende eindbeslissing in het verdere verloop van het geding gebonden. Deze gebondenheid geldt echter niet onverkort. De eisen van de goede procesorde brengen immers het volgende mee. De rechter aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven en niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag is, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich daarover uit te laten, bevoegd om over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing. Aldus wordt voorkomen dat de rechter op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen. Naar het oordeel van het hof berust bedoelde rolbeslissing niet op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Terecht is aansluiting gezocht bij het arrest van de Hoge Raad van 26 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2798) en is alsnog het zeer kort daarna door de raadsman van
[Assurantiën] c.s. verzochte uitstel verleend voor het nemen van de memorie van antwoord.
6.3.
Gelet op het bovenstaande zal de zaak worden verwezen naar de rol van 21 april 2015 voor het opgeven door beide partijen van verhinderdata van voortzetting van het pleidooi.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 21 april 2015 voor het opgeven door beide partijen van verhinderdata in de maanden mei tot en met september 2015 voor voortzetting van het pleidooi;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, E.K. Veldhuijzen van Zanten en M.W.M. Souren en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 april 2015.
griffier rolraadsheer