Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de heer [vertegenwoordiger gemeente] namens de gemeente, bijgestaan door mr. Duinkerke;
- [geïntimeerde], bijgestaan door mr. Veth.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 18 september 2014;
- de brief met bijlagen van de advocaat van [geïntimeerde] d.d. 26 februari 2015, ingekomen ter griffie d.d. 27 februari 2015;
- de brief van [betrokkene] d.d. 17 januari 2014, gemaild naar de griffie op 10 maart 2015;
- de ter zitting door de gemeente overgelegde stukken, te weten een beroepschrift d.d. 31 augustus 2011 met producties;
- het indieningsformulier d.d. 12 maart 2015 en de brief d.d. 12 maart 2015, beide ingekomen ter griffie op 16 maart 2015.
3.De beoordeling
- [geïntimeerde] , geboren op [geboortedatum] 1948, is in 2005 na vele jaren in Nederland te hebben gewoond, naar Bosnië-Herzegovina teruggekeerd. Tot 4 februari 2014 ontving [geïntimeerde] van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) een remigratievergoeding vermeerderd met een tegemoetkoming ziektekosten.
- Op 2 december 2010 heeft de gemeente executoriaal derdenbeslag gelegd onder de SVB op de remigratievergoeding van [geïntimeerde]. De gemeente had/heeft een vordering op [geïntimeerde] uit hoofde van uitkeringsfraude. De beslagvrije voet is toen vastgesteld op nihil, zodat de volledige remigratievergoeding van [geïntimeerde] onder het beslag viel.
- Bij beschikking van 1 juni 2011 heeft de kantonrechter de beslagvrije voet vastgesteld op € 138,81 per maand. Van deze beschikking is hoger beroep ingesteld.
- Bij beschikking van 31 januari 2012 heeft dit hof de beslagvrije voet vastgesteld op