Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 2891909 CV EXPL 14-3488)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met twee producties;
- de memorie van antwoord met vijf producties;
3.De beoordeling
“Zoals afgelopen functioneringsgesprek aangegeven wordt het tijd dat jij laat zien wat je echt waard bent. Naar mijn mening is jouw focus niet gericht op [geïntimeerde]. Dat blijkt wel weer uit je verzoek. Onbegrijpelijk dat je nu weer vrij vraagt. (…) Je verzoek wijs ik dus af.”
“geen juridische grond om de vakantieaanvraag van cliënt te weigeren”bestaat en herziening van de weigering verzocht.
“zeer actief”gezocht wordt naar
“een vervanger die vervolgens ook nog ingewerkt zal moeten worden. Tot dat moment kunnen wij in ieder geval niet een zo langdurige vakantie toestaan. Dit zou onze bedrijfsbelangen nadrukkelijk schaden.”
“Ik heb je op 9 januari reeds aangegeven dat wij thans uiterst ontevreden zijn over de inhoud van jou functioneren en ik heb toen aangegeven dat dit per direct moet verbeteren. (…) Ter voorbereiding op ons gesprek ontvang je hierbij alvast vooraf de onderwerpen waarover wij het met jou gaan hebben.
4.12. (…) Zij ([geïntimeerde]) stelt dat het een bemiddelingsvergoeding betreft die afhankelijk is van de door [appellant] gerealiseerde omzet. (…) Volgens [geïntimeerde] stond vast dat [appellant], gelet op zijn omzet en gezien het feit dat er nauwelijks dan wel geen nieuwe klanten zijn bijgekomen, geen aanspraak kan maken op die bemiddelingsvergoeding.