Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
10 maart 2015.
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Reeds op grond hiervan dient het verzoek van [appellant] te worden afgewezen. Het hof heeft op geen enkele wijze kunnen toetsen of [appellant] ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het betreffende verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.