Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 759069/CV/13-605)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met eiswijziging;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord met een productie.
3.De beoordeling
De reden hiervoor (…) kleedkamer.’ worden beschouwd als een schriftelijke bevestiging en een nadere wat meer gedetailleerde uiteenzetting van de reden voor het ontslag. Naar het oordeel van het hof mocht [geïntimeerde] er gelet op het antwoord van [appellant] – gevraagd naar zijn tasje, dat zich klaarblijkelijk in de kleedkamer van het amusementscenter bevond – dat hij hasj bij zich had, er redelijkerwijs van uitgaan dat [appellant] drugs bewaarde c.q. voorhanden had in de kleedkamer
.
tot gevolgheeft dat van haar redelijkerwijs niet kan worden gevergd de dienstbetrekking met hem te laten voortduren, waarover hierna rov. 3.7.2.
Gedragscode [geïntimeerde] Amusementscenters(productie 4 bij de conclusie van antwoord) is onder het kopje
Alcohol, verdovende middelen en het Amusementscenterhet volgende opgenomen:
Het is niet is toegestaan om tijdens het werk en in de pauzes alcohol of stimulerende/verdovende middelen te gebruiken. Of hiervan onder invloed te zijn.
2. Het is de werknemer tevens niet toegestaan onder werktijd alcoholhoudende drank of verdovende middelen te gebruiken of voorhanden te hebben.
Werknemer verklaart voorts van werkgever te hebben ontvangen een exemplaar van het bedrijfsreglement van werkgever, welk bedrijfsreglement deel uitmaakt van deze arbeidsovereenkomst en met de inhoud van dit bedrijfsreglement akkoord te gaan.”