Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige dochter beëindigde en het gezag aan de moeder toekende. De vader is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en volgt een klinisch behandeltraject voor zijn harddrugsverslaving. Hoewel hij sinds september 2014 in behandeling is en geen drugs meer gebruikt, is het hof van oordeel dat zijn problematiek ernstig blijft en dat het vertrouwen in een stabiele gezagsuitoefening ontbreekt.
De moeder is niet verschenen tijdens de zitting en bestrijdt het hoger beroep, verwijzend naar de eerdere overwegingen van de rechtbank. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de beschikking te bekrachtigen vanwege de nog prille positieve ontwikkelingen bij de vader. Het hof stelt dat gezamenlijk gezag alleen kan voortduren indien ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening, wat hier door de detentie en verslaving van de vader niet het geval is.
Het hof concludeert dat voortzetting van het gezamenlijk gezag de belangen van de dochter schaadt en dat wijziging van het gezag in het belang van het kind noodzakelijk is. Daarom wordt het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt aan de moeder toegekend.