Hieraan is door en namens [appellant] ter zitting in hoger beroep - zakelijk weergegeven - het volgende toegevoegd.
De brieven van de curatoren respectievelijk van mr. Bouman, zoals deze door de rechtbank in eerste aanleg zijn ontvangen, zijn niet in het bezit van [appellant]. [appellant] is derhalve niet bekend met deze brieven, zodat hij deze brieven niet aan het hof ter beschikking heeft kunnen stellen.
Het faillissement van [appellant] is op grond van artikel 3a Fw geschorst in afwachting van het onderhavige verzoek.
Het is niet mogelijk gebleken om met de grootste schuldeiser – ABN AMRO – tot een buitengerechtelijk akkoord te komen. De advocaat van [appellant] heeft voorafgaand aan het faillissement van de ondernemingen, naast [appellant] zelf en diens familie, intensief overleg met de bank gevoerd. Zolang ABN AMRO niet over de streep is, heeft overleg met de overige schuldeisers geen zin. [appellant] heeft overigens ook met de andere banken overleg gevoerd, eveneens tevergeefs.
In het kader van de schuldsaneringsaanvraag heeft het geen zin om een nieuwe regeling te beproeven. [appellant], inmiddels gebrouilleerd met zijn familie, heeft geen fondsen die hij hiertoe kan aanwenden. Desalniettemin blijft [appellant] doende om een regeling met zijn schuldeisers te treffen teneinde zijn faillissement te voorkomen.
[appellant] geeft aan dat hij zijn hele leven hard heeft gewerkt en dit zal blijven doen. Hij wordt nu in de steek gelaten door de banken, met wie hij voorheen goede zaken deed. De banken zijn enkel uit op zijn faillissement.
De jaarstukken over 2013 zijn nog niet gereed. Vanwege alle faillissementsperikelen is de administratie achter geraakt en op het moment dat het jaar administratief kon worden afgesloten werden de stukken in beslag genomen.
Op de schuldenlijst zoals deze ter zitting in hoger beroep is overgelegd staan onder meer de totalen vermeld van de schulden en bijbehorende achterstanden in betalingsverplichtingen van circa 2 miljoen. De rekening-courantschulden zijn niet vermeld, maar deze schulden bestaan nog wel, aldus is desgevraagd ter zitting in hoger beroep verklaard.
De boete van € 500.000,-- betreft een dwangsom die door de rechtbank is opgelegd in het kader van het bouwproject [bouwproject]. De aannemer ging failliet en [appellant] stond persoonlijk garant dat de bouwwerkzaamheden voortgezet zouden worden. Het door [appellant] hiertoe opgestelde plan werd niet akkoord bevonden.