Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. [bewindvoerder], hierna te noemen: de bewindvoerder.
- mevrouw [beschermingsbewindvoerder] in haar hoedanigheid van informante, hierna te noemen: de
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 april 2015 uitspraak gedaan over het hoger beroep van een schuldenaar tegen de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling door de rechtbank Limburg. De rechtbank had de regeling beëindigd wegens het niet melden van een terugvorderingsonderzoek door de gemeente Heerlen, wat volgens haar aanleiding gaf tot het afwijzen van het verzoek tot toelating tot de regeling.
De schuldenaar voerde aan dat haar tekortkoming in de nakoming van kernverplichtingen niet verwijtbaar was vanwege haar ernstige psychosociale problematiek, waaronder concentratiestoornissen. Zij ontkende bewust te hebben verzwegen en stelde dat zij de brieven van de gemeente ongeopend had gelaten vanwege haar aandoening. De beschermingsbewindvoerder en de schuldenaar gaven aan dat de situatie verbeterde door medicatie en dat zij bereid waren de nieuwe schuld af te lossen.
Het hof oordeelde dat het niet openen van de brieven een direct gevolg was van de psychosociale problematiek en dat de schuldenaar niet de intentie had gehad om informatie bewust te verzwijgen. Daarom kon niet met succes een beroep worden gedaan op artikel 350 lid 3 sub f Faillissementswet Pro voor tussentijdse beëindiging. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot beëindiging af, met de oproep aan schuldenaar en bewindvoerder om planmatig de nieuwe schuld af te lossen.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor voortzetting van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: De tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt vernietigd en het verzoek tot beëindiging afgewezen.