De appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €13.470,27. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellant de verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen, mede vanwege zijn psychosociale problematiek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische problemen geen reden tot afwijzing mogen zijn en dat hij zich actief inzet voor hulpverlening en budgetbeheer. De beschermingsbewindvoerder verklaarde dat de psychosociale problematiek beheersbaar is en dat appellant een sociaal vangnet heeft.
Het hof oordeelde dat een belastingschuld niet te goeder trouw was ontstaan en dat onvoldoende bewijs was geleverd dat de psychosociale problematiek beheersbaar is, aangezien een verklaring van een deskundige hulpverlener ontbrak. Daarom werd het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek bij overleggen van relevante rapportages.