Uitspraak
[naam van de verdachte],
van de Penitentiaire Inrichting Vught.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De verdachte was door de rechtbank Limburg veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf en ter beschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens meerdere bedreigingen en vernieling. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in.
Tijdens de pro forma terechtzitting in hoger beroep verklaarde de verdachte zijn hoger beroep te willen intrekken, mede naar aanleiding van een negatief reclasseringsrapport en de wens om snel te kunnen starten met zijn behandeling. Zijn raadsman bevestigde deze wens en gaf aan dat de verdachte geen behoefte had aan een inhoudelijke behandeling.
Het hof heeft het verzoek tot aanhouding van de behandeling afgewezen en na beraadslaging besloten het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, lid 2, Sv, omdat de verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaafde en het belang van verdere behandeling ontbrak.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard na intrekking van zijn bezwaren tegen het vonnis.