Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant], bijgestaan door mr. Jacobs;
- mevrouw P.P. Spangenberg in haar hoedanigheid van informante, hierna te noemen; de beschermingsbewindvoerder;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Limburg bekrachtigd waarin het verzoek van appellant tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De appellant kampte met een totale schuldenlast van ruim €117.000, waarvan een aanzienlijk deel niet te goeder trouw was ontstaan, met name belastingschulden door het niet tijdig doen van aangifte.
Daarnaast speelde bij appellant psychosociale problematiek en een alcoholverslaving die nog niet duurzaam onder controle waren. Hoewel appellant aangaf sinds de uitspraak van het vonnis geen alcohol meer te gebruiken, was deze periode te kort om te voldoen aan de vereisten van het toepasselijke procesreglement. De beschermingsbewindvoerder bevestigde dat appellant financieel stabiel was, maar het hof vond dat de problematiek invloed had op de nakoming van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling.
Het hof overwoog dat de hardheidsclausule niet van toepassing was omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de omstandigheden die tot de schulden leidden nu onder controle waren. Gezien deze feiten en omstandigheden werd het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling terecht afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en onvoldoende beheersing van psychosociale en verslavingsproblematiek.