ECLI:NL:GHSHE:2015:2114
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- R.R.M. de Moor
- L.Th.L.G. Pellis
- J.J. Minnaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep van niet-gehoorde belanghebbende in faillissementszaak
In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal van RGH B.V. in vereffening tegen het faillissementsvonnis uitgesproken door de rechtbank Limburg. RGH had het faillissement aangevochten en verzocht tot vernietiging van het vonnis en een proceskostenvergoeding. De curator, mr. Broekmans, had het faillissement aangevraagd namens zichzelf als curator in het faillissement van de heer [gefailleerde], die tevens enig aandeelhouder en bestuurder van RGH was.
RGH stelde dat de curator niet bevoegd was tot de aanvraag en dat de rechtbank de vereffenaar had moeten horen. Ook betwistte zij de faillissementsgrondslag, omdat er geen opeisbare vordering zou zijn en de vereffening was heropend voor een nagekomen bate. Tijdens de zitting verscheen de curator niet, maar RGH en haar advocaat wel.
De rechtbank had het verzet van RGH tegen het faillissement gegrond verklaard en het faillissement vernietigd. Het hof overwoog dat RGH op grond van artikel 8 lid 2 Faillissementswet Pro het recht van verzet bij de rechtbank toekomt en dat hoger beroep tegen het faillissementsvonnis niet ontvankelijk is als de belanghebbende niet is gehoord. Ook als RGH als derde belanghebbende zou gelden, staat haar slechts het verzet toe op grond van artikel 10 lid 1 Fw Pro. Daarom verklaarde het hof RGH niet ontvankelijk in het hoger beroep en kwam het niet toe aan de kostenveroordeling.
Uitkomst: RGH is niet ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het faillissementsvonnis.