ECLI:NL:GHSHE:2015:217
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- C.D.M. Lamers
- W.H.B. den Hartog Jager
- G.J. Vossestein
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hypotheeklasten, dwangsommen en verkoop echtelijke woning na faillissement
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en gescheiden met een beschikking die onder meer de verdeling van goederen en onderhoudsverplichtingen regelde. De vrouw werd na ontbinding van het huwelijk failliet verklaard. De man vorderde betaling van achterstallige en toekomstige hypotheeklasten, dwangsommen en medewerking aan overschrijving en verkoop van de woning.
De rechtbank veroordeelde de vrouw tot betaling van de achterstand en maandelijkse hypotheeklasten met dwangsommen bij niet-nakoming. De vrouw stelde in hoger beroep dat zij niet financieel in staat was aan deze verplichtingen te voldoen en dat de man geen belang had bij de vorderingen vanwege haar faillissement. Het hof oordeelde dat de procedure over de hypotheekbetalingen geschorst moet worden vanwege het faillissement, omdat dergelijke vorderingen alleen via verificatie bij de curator kunnen worden ingediend.
Ten aanzien van de dwangsommen stelde het hof vast dat deze voor het faillissement al tot het maximum waren verbeurd en dat deze niet in het faillissement kunnen worden ingediend. Gezien de financiële situatie van de vrouw en haar faillissement was het niet redelijk om haar dwangsommen op te leggen. Het hof vernietigde daarom het vonnis voor zover het dwangsommen betrof en wees deze af. De verkoop van de woning was inmiddels door de curator geregeld, waardoor de vordering hierover kwam te vervallen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor wat betreft de dwangsommen, wijst deze af en schorst de procedure over hypotheekbetalingen vanwege het faillissement van de vrouw.