Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1]
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 245290 / HA ZA 12-338)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van 12 april 2013;
- de memorie van grieven tevens akte wijziging van eis met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte uitlating producties van Dierenthuis;
- de akte reactie n.a.v. uitlating producties met producties van [geïntimeerden];
3.De beoordeling
om de met het bestemmingsplan “Buitengebied” strijdige activiteiten op het perceel [het adres], bestaande uit het houden van honden en katten, na betekening van het vonnis te beëindigen;
€ 10,- per dag over de periode van 21 april 2009 tot en met 28 september 2011, derhalve in totaal € 8.770,00, wegens het veroorzaken van geur- en geluidsoverlast (productie 3 bij inleidende dagvaarding).
’s-Hertogenbosch is veroordeeld tot schadevergoeding van een bedrag van € 10,- per dag tot en met 28 september 2011 wegens het veroorzaken van geur- en geluidsoverlast, na deze datum onverminderd heeft voortgezet. Volgens [geïntimeerden] werden op het perceel na deze datum nog steeds zieke en oude dieren gehuisvest en nam het aantal op het perceel aanwezige dieren wekelijks toe.
de met het bestemmingsplan “Buitengebied” strijdige activiteiten op het perceel [het adres], bestaande uit het houden van honden en katten, na betekening van het vonnis te beëindigen”). Het hof overweegt dat Dierenthuis reeds wegens het niet voldoen aan die veroordeling de aan die veroordeling verbonden dwangsommen verschuldigd is geworden. De verschuldigdheid van op die grond verbeurde dwangsommen kan niet worden opgeheven door een oordeel in de bodemprocedure dat anders luidt dan dat van de voorzieningenrechter (vgl. HR 22 december 1989, NJ 1990,434). Genoemde kort gedinguitspraken kunnen derhalve niet vervallen worden verklaard op grond van de door Dierenthuis gevoerde argumenten noch kan het onder iii. subsidiair gevorderde worden toegewezen. Dierenthuis heeft daarmee verder geen belang bij de door haar onder i. en ii. gevorderde verklaringen voor recht voor zover deze zien op haar bedoeling de uitspraken in voormelde kortgedingprocedure vervallen te laten verklaren dan wel de verbeuring van voormelde dwangsommen aan te vechten. De hoogte van de verbeurde dwangsommen heeft Dierenthuis niet gemotiveerd weersproken, zodat deze als niet ter discussie gesteld wordt beschouwd. Nu het maximale bedrag aan dwangsommen reeds is verbeurd, heeft Dierenthuis geen belang meer bij behandeling van de vraag of is voldaan aan voormelde uitspraak van de voorzieningenrechter voor wat betreft de bakken met uitwerpselen. Het hoger beroep faalt derhalve voor zover gericht tegen de afwijzing van de vordering van Dierenthuis in conventie.