ECLI:NL:GHSHE:2015:2449
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- J. Huurman-van Asten
- A.R.O. Mooy
- H.D. Bergkotte
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens beroep op artikel 31 Vluchtelingenverdrag bij bezit vals reisdocument
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens bezit van een vals reisdocument. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in. De verdediging voerde een preliminair verweer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag, omdat verdachte als vluchteling beschermd zou zijn.
Het hof onderzocht de omstandigheden en nam in aanmerking dat verdachte vanuit Irak was gevlucht vanwege angst, kort in Athene verbleef zonder daar asiel aan te vragen, en vervolgens naar Nederland reisde waar hij asiel had gekregen. De politierechter had geoordeeld dat een geslaagd beroep op artikel 31 vereist Pro dat de vluchteling rechtstreeks uit het land van herkomst komt, wat hier niet het geval zou zijn.
Het hof oordeelde echter dat het korte verblijf in Athene niet aan een geslaagd beroep op artikel 31 in Pro de weg staat, mede gelet op de richtlijnen van de Verenigde Naties. Omdat verdachte inmiddels asiel heeft gekregen, staat vast dat hij de status van vluchteling bezit. Het hof verklaarde daarom het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging wegens het bezit van het vals reisdocument.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens het geslaagde beroep op artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag.