Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
Feiten 1 en 2
Feit 3
A. Betrouwbaarheid van de verklaringen van de getuige [getuige 2]
C. Medeplegen van de overval op [aangever] en het daarop volgende schietincident
- verdachte op zoek was naar een persoon die hij geld afhandig wilde maken en aldus bij [aangever] is uitgekomen;
- verdachte heeft gezorgd voor het bij de overval gebruikte auto;
- verdachte zich in afwachting van het vertrek van [aangever] uit zijn woning met in ieder geval één andere persoon heeft opgehouden in de nabijheid van die woning, namelijk eerst in een wijk direct naast de wijk alwaar [aangever] woonachtig is en daarna in een straat die via een brandgang is verbonden met de straat waar [aangever] woonachtig is;
- verdachte zich in de auto bevond van waaruit de overvaller met de integraal helm op (met het kennelijke doel om daarmee onherkenbaar te blijven) en in handen twee plastic zakken met daarin een voorwerp is vertrokken en na de overval daar rennend met de buit in is teruggekeerd;
- verdachte één van de inzittenden van de auto was toen tijdens de vlucht na de overval vanuit die auto met een vuurwapen op de auto van [aangever] is geschoten;
- verdachte de tas die bij de overval onder bedreiging door [aangever] is afgegeven in een bosschage heeft achtergelaten, de auto in kwestie van sporen heeft ontdaan en door het doen/laten verdwijnen van de kentekenplaten de betrokkenheid van bedoelde auto bij de overval en het schietincident heeft trachten te verbergen.
D. Opzet op de dood en al dan niet voorbedachte raad
- de auto van [aangever], die na de overval achter de daders is aangegaan, op korte afstand achter de auto waarin de verdachte en zijn mededaders waren gezeten reed;
- vier maal vanuit een raam aan de bijrijderszijde van de auto op de daarachter rijdende auto van [aangever] is geschoten;
- de schutter daarbij uit het raam hing, waarbij de schutter op enig moment op het raam van het portier zat en het leek alsof de schutter het wapen op het dak van de auto aanlegde en het wapen met twee handen vasthield toen hij gericht op de auto van [aangever] schoot;
- tenminste één kogel de auto van [aangever] bij de koplamp aan de bestuurderszijde van de auto heeft geraakt;
- is geschoten met munitie van het kaliber 7,62x39mm, welke munitie doorgaans wordt verschoten uit geweren van het type AK-47 (type Kalasjnikov) of wapens die daarvan zijn afgeleid;
- is geschoten met zogenaamde volmantelpatronen, welke kogels in het type 7,62x39mm genoeg energie hebben om bij een rechtstreeks schot op korte afstand het menselijk lichaam te perforeren.
E. Conclusie
Medeplegen van poging tot doodslag.
BESLISSING
niet bewezendat de verdachte het
onder 2 primair ten laste gelegdeheeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
bewezendat de verdachte het
onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegdeheeft begaan.
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:
benadeelde partij [aangever]ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 8.055,95 (achtduizend vijfenvijftig euro en vijfennegentig cent)bestaande uit € 4.855,95 (vierduizend achthonderdvijfenvijftig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 3.200,00 (drieduizend tweehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
wettelijke rentevanaf 22 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.
kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
verplichtingop om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangever], ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van
€ 8.055,95 (achtduizend vijfenvijftig euro en vijfennegentig cent)bestaande uit € 4.855,95 (vierduizend achthonderdvijfenvijftig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 3.200,00 (drieduizend tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.