Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de gestolen tas van aangever [slachtoffer] leeg is terug gevonden in de directe omgeving van de verblijfplaats van [getuige 1];
- in ieder geval [medeverdachte] deze tas heeft vastgehad of er anderszins mee in aanraking is gekomen,
- verdachte op 22 oktober 2013 omstreeks 10.00 of 10.30 uur deze tas bij zich had,
- verdachte op 22 oktober 2013 bij de verblijfplaats van [getuige 1] in het gezelschap was van [medeverdachte].
op22 oktober 2013 met de moeder van verdachte en verdachte bij uitvaartcentrum [naam 2] is geweest. Bovendien blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen dat dit bezoek niet op 22 maar op 24 oktober 2013 moet hebben plaats gevonden.
dachtdat zij verdachte op 21 of 22 oktober 2013 had gezien. Vervolgens verklaarde zij dat zij er
vrijwel zekervan is dat zij verdachte op 22 oktober 2013 ’s morgens bij zijn moeder heeft gezien. Aan het einde van haar verklaring stelt zij dan dat zij
heel zekerweet dat zij verdachte die dag ’s morgens had gezien.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De oplegging van straf
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstraf van 12 jaren;