ECLI:NL:GHSHE:2015:2631

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 juli 2015
Publicatiedatum
14 juli 2015
Zaaknummer
20-003873-12 (OWV)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 410 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld tegen een eerdere beslissing van de rechtbank Maastricht inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde was in de hoofdzaak volledig vrijgesproken door het hof in een apart arrest van dezelfde datum.

Het Openbaar Ministerie had in eerste aanleg een vordering tot ontneming van € 39.000,- ingesteld, later opgevoerd tot € 47.000,- in hoger beroep. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een appelschriftuur, maar het hof oordeelde dat het OM ontvankelijk bleef gezien de aard van de zaak en de inhoud van de processtukken.

Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis waarvan beroep en wees de vordering tot ontneming af omdat de veroordeelde in de hoofdzaak volledig was vrijgesproken, waardoor geen grondslag bestond voor ontneming. Het Salduz-verweer van de verdediging behoefde geen nadere bespreking meer.

Deze uitspraak bevestigt dat een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet kan worden toegewezen zonder een veroordeling in de hoofdzaak.

Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens volledige vrijspraak in de hoofdzaak.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-003873-12 (OWV)
Uitspraak : 14 juli 2015
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Maastricht van
6 november 2012 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-703190-06 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
wonende te [postcode] [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
Bij beslissing waarvan beroep is het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 39.000,00 en is aan hem een betalingsverplichting jegens de staat opgelegd voor een bedrag van € 34.000,00.
De veroordeelde en de officier van justitie hebben tegen voormelde beslissing hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de veroordeelde naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de beslissing van de politierechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kan worden geschat, zal vaststellen op € 47.000,00 en de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van het op dat bedrag geschatte voordeel.
Namens de veroordeelde is betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, althans dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in hoger beroep
De verdediging heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn hoger beroep. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de officier van justitie geen schriftuur houdende grieven als bedoeld in artikel 410 van Pro het Wetboek van Strafvordering heeft ingediend.
Het hof overweegt als volgt.
De enkele omstandigheid dat de officier van justitie geen appelschriftuur heeft ingediend brengt in de onderhavige zaak, gelet op de aard van de zaak en de inhoud van de processtukken in eerste aanleg waaruit het van de beslissing van de politierechter afwijkende, gemotiveerde standpunt van het openbaar ministerie volgt, niet mee dat het openbaar ministerie in het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het openbaar ministerie kan derhalve in het hoger beroep worden ontvangen.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna volgende beslissing.
Vordering
De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot de vaststelling van het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 708.398,21.
In hoger beroep heeft de advocaat-generaal, zoals hierboven vermeld, gevorderd dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden geschat op een bedrag van € 47.000,00.
Beoordeling
De veroordeelde is bij arrest van dit gerechtshof van 14 juli 2015, gewezen onder parketnummer 20-000475-11, vrijgesproken van de gehele tenlastelegging. Gelet hierop is er geen grondslag voor de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Om die reden zal het hof de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht afwijzen.
Gelet op bovenstaande beslissing behoeft het Salduz-verweer van de verdediging geen nadere bespreking.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.
Aldus gewezen door
mr. P.T. Gründemann, voorzitter,
mr. N.J.L.M. Tuijn en mr. O.A.J.M. Lavrijssen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,
en op 14 juli 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.