ECLI:NL:RBZWB:2015:7527
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Prenger
- De Kroon
- Huiskamp
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering bij vrijspraak verdachte
Op 10 november 2015 vond de strafzaak plaats waarin het openbaar ministerie ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vorderde van verdachte, die werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepkwekerij. De officier van justitie stelde dat verdachte een voordeel van €153.910 had behaald. De verdediging betwistte de schuld en het verkregen voordeel.
De rechtbank sprak verdachte op 24 november 2015 vrij van het ten laste gelegde feit. Gelet op deze vrijspraak en het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 juli 2015, oordeelde de rechtbank dat er geen grondslag is voor een ontnemingsvordering. Volgens het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2009 en de wettelijke bepalingen (art. 511e lid 1 jo. art. 348 Sv Pro) staat het ontbreken van een veroordeling aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg.
Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Deze beslissing werd genomen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda, in aanwezigheid van de griffier, en uitgesproken in openbare zitting.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van verdachte.