Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
24.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 12 mei 2015;
- de akte uitlating producties van [appellant] van 9 juni 2015.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure stond de aansprakelijkheid en schadevaststelling centraal tussen appellant, rechtsopvolger van een onderneming, en MZ Equipment B.V. Het hof bevestigde dat MZ toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen door de graafmachine niet te leveren.
De schadeposten die appellant stelde, waaronder misgelopen opdrachten, verschil in restwaarde en gederfde winst, werden door het hof afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en tegenstrijdigheden in de bewijsvoering. Het hof vond de stellingen over een fulltime opdracht van een jaar niet geloofwaardig en onvoldoende onderbouwd.
De proceskostenveroordeling werd aangepast: de eerdere veroordeling van appellant in proceskosten werd vernietigd en partijen droegen hun eigen kosten in eerste aanleg. In hoger beroep werd appellant veroordeeld in de proceskosten vanaf februari 2014, maar niet in de werkelijk gemaakte kosten.
Het arrest werd uitgesproken door het hof te ’s-Hertogenbosch op 14 juli 2015, waarbij het tussenvonnis van maart 2009 niet-ontvankelijk werd verklaard en het vonnis van juni 2009 werd bekrachtigd.
Uitkomst: De aansprakelijkheid van MZ is bevestigd, maar de door appellant gestelde schade wordt afgewezen en de proceskostenveroordeling wordt aangepast.