Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- voornoemde dagvaarding van 26 juni 2013;
- een memorie van grieven tevens houdende akte wijziging van eis, waarbij een productie is overgelegd;
- een memorie van antwoord waarbij een productie is overgelegd;
- een akte na memorie van antwoord;
- een antwoordakte.
2.Het geding in eerste aanleg (zaak/rolnr. C/02/236634 / HA ZA 11-1050)
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
) te verkopen aan SBB (noot hof: Staatsbosbeheer
).
) (…) Deze percelen liggen buiten de “zoekgebieden bestaande natuur” t.b.v. aankopen door de Gemeente Venlo. Wanneer deze percelen binnen een zoekgebied liggen, kunnen deze verkocht worden aan de gemeente Venlo. Via een ruiling tussen Gemeente Venlo & SBB komen deze percelen dan bij SBB in eigendom. (…)”.
).
“(…) dat ik de zoekgebieden in het Molenbeekdal heb uitgebreid, zodanig dat “uw percelen”(noot hof: de percelen te [plaats 2]
) gelegen in [plaats 2] eventueel verkocht kunnen worden aan de Gemeente Venlo. Dit zal plaats kunnen vinden in de zogenaamde tweede tranche, waarvoor op een overeenkomst tussen Staatsbosbeheer en de gemeente Venlo wordt voorbereid. (…)”.
) ontvingen wij van u een brief (…) waarin u bevestigt dat de zoekgebieden in het Molenbeekdal zijn uitgebreid zulks teneinde de beoogde transactie [plaats 2] te kunnen laten plaatsvinden. De brief dateert van 17 december 2009 (…).
) van “Habitura-grond” te [plaats 2]. (…) Ik wacht (namens Habitura) (…) bericht over 2 weken (…) af. (…)”.
) heeft u aangegeven, dat er eind november meer duidelijkheid zou komen inzake uitbreiding zoekgebied en aankoop Habitura-grond door de gemeente Venlo. Kunt u ons informeren, wat de laatste stand van zaken is. (…)”.
) gelegen. (…)”.
de door Habitura gelegde conservatoire beslagen tot levering onder de percelen kadastraal bekend gemeente Melick en Herkenbosch, sectie [sectieletter 2], nummers [sectienummer 8] en [sectienummer 7] onmiddellijk op te heffen”), althans binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat Habitura niet aan de veroordeling voldoet;
“(…) Door de ondubbelzinnige mededeling/toezegging in de brief van 17 december 2009 heeft (…) besloten om met BBL te contracteren (…)”. Het hof gaat aan die opmerking voorbij omdat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet duidelijk is op welke wijze naar aanleiding van een brief van 17 december 2009 is besloten om een eerdere overeenkomst te sluiten. De betreffende overeenkomst is immers door Habitura op 16 december 2009 ondertekend en door BBL op 15 december 2009.
“(…) De geplande datum aktepassering is in overleg met DLG/BBL tot nader te bepalen datum uitgesteld. (…)”.Daarmee heeft Habitura zelf gesteld dat er een nadere datum moet worden bepaald. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke nadere voldoende duidelijke en concrete datum is bepaald. Daarmee kan de vraag onbeantwoord worden gelaten of die datum zou moeten worden overeengekomen dan wel dat Habitura die datum via een ingebrekestelling diende te bepalen. Zonder nadere datumbepaling had Habitura niet het recht om de ontbindende voorwaarde in te roepen.