ECLI:NL:HR:2006:AV1559
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing conservatoir beslag na afwijzing vordering in eerste aanleg met hoger beroep
In deze zaak staat centraal de vraag of een conservatoir beslag moet worden opgeheven wanneer de bodemrechter in eerste aanleg de vordering waarvoor het beslag is gelegd heeft afgewezen, maar tegen dat vonnis hoger beroep is ingesteld.
De zaak betreft een geschil tussen buren over bouwvergunningen en een erfdienstbaarheid van uitzicht. Na een schikking en diverse procedures legde een partij conservatoire beslagen ten laste van de ander. De bodemrechter wees de vordering af, maar het beslag werd niet opgeheven omdat hoger beroep was ingesteld.
De Hoge Raad bevestigt dat de voorzieningenrechter bij een vordering tot opheffing van conservatoir beslag ook in dat geval een belangenafweging moet maken. Het oordeel van de bodemrechter is een belangrijk, maar niet doorslaggevend uitgangspunt. De voorzieningenrechter hoeft geen voorlopige beoordeling te geven van de kans van slagen van het hoger beroep.
De Hoge Raad wijst op de wettelijke regeling (art. 704 en Pro 705 Rv) en de jurisprudentie die het mogelijk maakt dat conservatoir beslag kan blijven liggen ondanks dat de vordering nog niet definitief is vastgesteld. Het beroep wordt verworpen en de eiser in cassatie wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir beslag blijft gehandhaafd onder toepassing van belangenafweging.