Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/04/119968/HA ZA 12-376)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven tevens akte aanvulling vordering met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
a) [Carbide] is producent van onder meer metalen frezen ten behoeve van elektroden. Cimtrode is producent van geleiders.
“ex works”. Op een aantal facturen is geen plaats van levering vermeld. Op een tweetal bestelformulieren van Cimtrode (producties 8 en 10 bij inleidende dagvaarding) die (kennelijk) werden meegezonden met een schriftelijke bestelling door haar, is vermeld
“Lieferadresse (…) [vestigingsplaats 1] ”, de vestigingsplaats van Cimtrode in Oostenrijk.
“ex works”en derhalve in [vestigingsplaats 2] , zijnde de vestigingsplaats van [Carbide] , door [Carbide] aan Cimtrode zouden worden geleverd. Op de meeste facturen van [Carbide] staat de bepaling “
ex works” vermeld, zodat dit krachtens de overeenkomst de plaats van uitvoering van de verbintenis, die aan de eis ten grondslag ligt, is, aldus samengevat de rechtbank.
“ex works”en dus in Nederland, zou plaatsvinden. Cimtrode stelt dat overeengekomen is dat zij de plaats van levering zou aanwijzen en dat die levering feitelijk in Oostenrijk, waar Cimtrode is gevestigd, heeft plaats gevonden.
“een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht (…) in een vorm (…) die door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.”.
ex works” zou geschieden en stelt dat dit conform de Incoterms betekent dat partijen als plaats van levering zijn overeengekomen [vestigingsplaats 2] , de plaats waar de fabriek van [Carbide] staat, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is.
Cimtrode betwist dat partijen de clausule “
ex works” zijn overeengekomen en stelt dat Cimtrode krachtens de overeenkomst de plaats van levering (steeds) zou aanwijzen.
Nu partijen (een) mondelinge overeenkomst(en) hebben gesloten valt, zonder het op de overeenkomst toepasselijke recht toe te passen, niet uit te maken of de clausule “
ex works” al dan niet deel uitmaakt van de overeenkomst. De enkele vermelding van die clausule op (het merendeel van) de facturen van [Carbide] , is daartoe onvoldoende, nu facturen verzonden plegen te worden na het sluiten van de overeenkomst. Bovendien staat vast dat op enkele bestelformulieren van Cimtrode, die naar het hof aanneemt, voorafgaan aan het sluiten van de betreffende overeenkomst, als leveringsplaats [vestigingsplaats 1] in Oostenrijk is vermeld.
Dat in het Electrosteel arrest is uitgemaakt dat de rechter een clausule uit de Incoterms als “
ex works” moet betrekken bij bepaling van de plaats van levering
volgens de overeenkomstdoet niet af aan het feit dat eerst beoordeeld moet worden of die clausule deel uitmaakt van de overeenkomst.
De conclusie van het voorgaande is dat de plaats van levering
volgens de overeenkomstniet vastgesteld kan worden zonder toepassing van het materiële recht.
materieel”, in Oostenrijk, de vestigingsplaats van Cimtrode, aan laatstgenoemde zijn afgegeven c.q. ter beschikking zijn gekomen. Op grond van autonome uitleg van artikel 5 lid 1 sub a en Pro b EEX verordening zou daarom in die gevallen geoordeeld moeten worden dat de plaats van levering Oostenrijk is. Dit leidt tot het oordeel dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is van de vordering kennis te nemen.