Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/205730 / KG ZA 15-218)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond het recht van parate executie centraal, waarbij appellant betwistte dat SNS Bank dit recht mocht uitoefenen. SNS had aan appellant en diens voormalige echtgenote meerdere geldleningen verstrekt met hypotheekrechten op twee woningen. Na herhaalde betalingsachterstanden en opeising van de schuld, kondigde SNS de beëindiging van de bancaire relatie aan vanwege onder meer een hennepkwekerij.
SNS startte een executietraject met veilingexploten voor beide woningen. Appellant vorderde in kort geding staking van de executie, stellende dat SNS wanprestatie pleegde, onzorgvuldig handelde en misbruik maakte van haar bevoegdheid. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af, wat appellant in hoger beroep aanvocht.
Het hof oordeelde dat SNS gerechtigd was tot parate executie vanaf het moment dat het verzuim intreedt en dat het uitstel van executie geen misbruik van recht opleverde. De belangen van SNS bij invordering en het voorkomen van integriteitsrisico’s wogen zwaarder dan de belangen van appellant. Ook het aanbod van appellant om achterstanden te voldoen en de eigendomssituatie van de voormalige echtgenote veranderden dit oordeel niet. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant tot staking van de executie af.