ECLI:NL:GHSHE:2015:3593
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid stille cessie en verwerpt executieverbod arbitrale uitspraak
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een stille cessie centraal, waarbij een vordering van Previa op [Accountants] was overgedragen aan [geïntimeerde] BV, een advocatenkantoor, voorafgaand aan een arbitrale procedure. [Accountants] voerde aan dat de cessie nietig was op grond van artikel 3:43 BW Pro en dat de executie van het arbitrale vonnis onrechtmatig was.
Het hof stelde vast dat de cessie en de daaropvolgende registratie bij de Belastingdienst plaatsvonden voordat het geding aanhangig werd gemaakt. Hierdoor was de cessie niet nietig op grond van artikel 3:43 BW Pro, dat niet ziet op rechtshandelingen voorafgaand aan een procedure. Ook artikel 3:94 lid 3 BW Pro, dat de stille cessie regelt, stond de geldigheid niet in de weg.
Verder oordeelde het hof dat het arbitrale vonnis niet kennelijk juridisch of feitelijk onjuist was, ondanks dat de cessie pas na het vonnis aan de wederpartij werd medegedeeld. De vorderingen van [Accountants] tot het opleggen van een executieverbod werden daarom afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde [Accountants] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van de stille cessie en wijst het verbod op executie van het arbitrale vonnis af.