Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Staat der Nederlanden,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 35 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) wegens overschrijding van de beslistermijn door de rechtbank Gelderland bij de machtiging tot voortgezet verblijf van verzoeker in een psychiatrisch ziekenhuis.
De Hoge Raad heeft vastgesteld dat sprake was van een termijnoverschrijding van 17 dagen, waardoor verzoeker in onzekerheid verkeerde over de rechtmatigheid van zijn verblijf. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had aanvankelijk geoordeeld dat geen nadeel was geleden, maar dit oordeel werd door de Hoge Raad vernietigd en verwezen.
Bij de beoordeling na verwijzing is vastgesteld dat verzoeker nadeel heeft geleden en aanspraak maakt op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Partijen waren het eens over een vergoeding van €25 per dag. Het hof wees een bedrag van €425 toe voor de 17 dagen overschrijding, vermeerderd met €2,65 voor kosten van een uittreksel, en kende daarnaast wettelijke rente toe vanaf 13 mei 2013.
Verzoekers stelling om de gehele duur van de procedure mee te nemen in de schadevergoeding werd afgewezen omdat dit neer zou komen op een omweg om eerdere rechtsoverwegingen aan te tasten. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend conform het liquidatietarief.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt een schadevergoeding van €427,65 plus wettelijke rente wegens een termijnoverschrijding van 17 dagen.