ECLI:NL:GHSHE:2015:3647
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende motivatie
Appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €62.556,95, waaronder een schuld aan de NVF Voorschotbank en het UWV. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank motiveerde dit onder meer met het feit dat appellant al geruime tijd niet werkte, geen bewijs van sollicitaties kon overleggen, ondanks dat hij medisch geschikt was voor passende arbeid, en niet had deelgenomen aan een re-integratietraject. Daarnaast was er een schuld aan het UWV wegens te veel ontvangen uitkering die niet te goeder trouw was ontstaan.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door medische beperkingen weinig kansen op de arbeidsmarkt zag, maar inmiddels positiever was en zich had ingeschreven bij uitzendbureaus. Hij was bereid tot omscholing en cursussen en stelde dat de schuld aan het UWV voortkwam uit een fout van het uitzendbureau. Het hof oordeelde echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was en dat hij onvoldoende inspanningen had verricht om zijn schulden te voldoen. Ook was zijn motivatie om de verplichtingen van de regeling na te komen onvoldoende, mede gelet op zijn afwezigheid bij de zitting in hoger beroep.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw en onvoldoende motivatie.