ECLI:NL:GHSHE:2015:3769
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goed vertrouwen en psychosociale problematiek
Appellant heeft in eerste aanleg verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast en psychosociale problemen. De rechtbank Limburg wees dit verzoek af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de verplichtingen uit de regeling zou nakomen en te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van zijn schulden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychosociale problematiek niet belemmerend was en dat hij inmiddels een bron van inkomsten had via het UWV. Hij verzocht tevens om aanhouding van de zaak om een verklaring van zijn psycholoog in te brengen. Het hof stelde vast dat er een beschermingsbewind was ingesteld en dat de beschermingsbewindvoerder niet betrokken was bij het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn psychosociale problemen duurzaam beheersbaar waren, mede omdat de behandeling recent was gestart en een verklaring van een deskundige ontbrak. Daarnaast was onvoldoende inzicht gegeven in het ontstaan van de zakelijke schulden doordat jaarstukken ontbraken en was het niet aannemelijk dat appellant te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van zijn belastingschuld. Het hof zag ook geen aanleiding tot aanhouding en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid van goed vertrouwen en beheersbaarheid van psychosociale problemen.