Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[geïntimeerde 5],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/03167031/HA ZA 11-841)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
“gelet op het feit dat de afspraak werd gemaakt tussen [appellant] en Groupe Editor, is Groupe Editor rechtstreeks (en niet als hoeder van de crediteuren van haar “dochter”-vennootschap Editor) aansprakelijk jegens [appellant] voor de door laatstgenoemde geleden schade. Die schade bestaat (in ieder geval, onder meer) uit de door [appellant] misgelopen ontslagvergoeding, waarop hij onmiskenbaar wél recht had nu er geen sprake was van een aan hem te verwijten gewichtige of dringende reden voor ontslag, doch welke als gevolg van het financieel uithollen van Editor en het daarop gevolgde faillissement onverhaalbaar werd (gemaakt)”.
- i)
- ii)
- iii)
[geïntimeerde 5] heeft immers vanaf zijn aanstelling als statutair bestuurder van Editor na het ontslag van [appellant], net als [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] als een marionet van [geïntimeerde 2] meegewerkt aan de ontmanteling van Editor en de overheveling van haar activiteiten naar Editor België alsook aan de aanvraag voor surséance van betaling voor Editor, en heeft tussentijds, hoewel hij als statutair bestuurder bevoegd en in staat was om te betalen, de betaling van de aan [appellant] toekomende ontslagvergoeding op instructie van [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] consequent opgehouden totdat betaling vanwege de verleende surséance van betaling en het kort daarop uitgesproken faillissement niet meer mogelijk was”.Zie hiertoe randnummer 182 van de conclusie van repliek.