Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2]in diens hoedanigheid van vennoot,
[geïntimeerde 3]in haar hoedanigheid van vennoot,
[geïntimeerde 4]in diens hoedanigheid van vennoot,
12.Het verloop van de procedure
- voornoemd tussenarrest van 28 april 2015;
- het bij brief van 30 juni 2015 door [deskundige] aangeboden definitieve deskundigenbericht;
- de zijdens [appellante] genomen memorie na deskundigenbericht waarbij producties zijn overgelegd;
- de zijdens de V.O.F. c.s. genomen memorie van antwoord na deskundigenbericht.
13.De beoordeling
De vergroeiingen bestonden uit stevig bindweefsel en zijn tenminste 2 weken voor de operatie ontstaan. Dat ze al 3 maanden voor de operatie bestonden is wel waarschijnlijk, maar niet onomstotelijk vast te stellen.”, maar niet de daaraan voorafgaande passage inhoudende “
Daarbij bleek de koliek veroorzaakt te worden door een vergroeiing van de dunne darm; enkele lussen dunne darm zaten vergroeid aan andere lussen dunne darm. De oorzaak van de vergroeiingen is een eerder doorgemaakte plaatselijke beschadiging of ontsteking van de darmen”. [appellante] stelt dat dit laatste citaat een aanwijzing geeft voor vergroeiingen, dan wel voorstadia daarvan, die aansluiten bij opmerkingen van eerder door haar geraadpleegde deskundigen.
Daarbij bleek de koliek veroorzaakt te worden … ontsteking van de darmen”, vervolgens tot de conclusie komt dat het alleen maar “waarschijnlijk” is dat de vergroeiingen al 3 maanden voor de operatie van 1 november 2009 bestonden, maar dat dit niet onomstotelijk is vast te stellen. Daarmee komt [specialist 1] niet tot een wezenlijk andere conclusie dan [deskundige] in zijn rapporten.
Namelijk dat er niet met zekerheid een verband te leggen valt tussen de afwijkingen die tijdens de operatie bij het paard zijn gezien en de worminfectie. Daarmee ben ik het volledig eens met wat er in uw verklaring staat, zonder daarmee afbreuk te doen aan hetgeen ik eerder zelf op papier heb gezet. Het kan zo zijn dat de worminfectie de oorzaak van de verklevingen is, maar het kan net zo goed zijn dat er een heel andere oorzaak was. En we kunnen stellen dat de verklevingen minstens een paar weken oud waren ten tijde van de operatie, maar of dat nu 3 weken, 3 maanden of 1 jaar is, dat valt niet voor mij of iemand anders te achterhalen. Het enige wat voor mij wel met redelijke zekerheid overeind blijft is dat gezien de levenscyclus van paarden-maagdarmwormen en gezien het moment van aankoop van het paard de worminfectie als zodanig is opgelopen toen het paard nog niet in het bezit was van de familie [appellante] .”
dat collega [dierenarts 1] het met mijn conclusie over de mogelijke oorzaken voor de vergroeiingen eens was.”
Kortom, er zijn geen aanwijzingen dat Zita sinds de koop een infectie heeft gehad”, onder het hoofd “T.a.v. infectie”, heeft bedoeld “sinds 18 juli 2009”.
omdat de specifieke worminfectie die lijdt tot vergroeiingen nauwelijks meer wordt aangetroffen.”.
Zita in een goede conditie was, een glanzende vacht had en een vlotte indruk maakte. Er wordt ook nergens gesproken dat Zita diarree heeft gehad. Kortom, er zijn geen aanwijzingen dat Zita sinds de koop een infectie heeft doorgemaakt”.