Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant verblijft sinds augustus 2014 met een machtiging in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp. De rechtbank verlengde deze machtiging tot augustus 2015 en verleende toestemming voor gesloten plaatsing tot het bereiken van zijn 17e levensjaar. Appellant betwistte deze beslissing in hoger beroep en stelde dat de gesloten plaatsing niet langer dan strikt noodzakelijk moest duren, mede gezien positieve ontwikkelingen en het ontbreken van een behandelplan ten tijde van de eerste zitting.
De raad en de stichting onderschreven de noodzaak van de gesloten plaatsing, verwijzend naar een diagnose van reactieve hechtingsstoornis, gedragsproblemen en het belang van een zorgvuldig traject richting een zorgboerderij. De moeder bevestigde dat het goed gaat met appellant, maar benadrukte de noodzaak van een zorgvuldige voorbereiding.
Het hof oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor gesloten plaatsing werd voldaan, ondanks het ontbreken van certificering van de stichting, vanwege overgangsrecht. De problematiek van appellant, waaronder emotieregulatieproblemen en eerdere mislukte plaatsingen, rechtvaardigen de gesloten plaatsing. Het hof vond het verzoek tot beëindiging prematuur en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot gesloten jeugdhulp en wijst het verzoek tot beëindiging af.