Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 102691/HA ZA 10-571)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties;
- de akte van International [international] met producties;
- de antwoordakte van [appellant] met productie;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
3.De beoordeling
Vorige week heeft u mij gebeld ten aanzien van het pandrecht bedrijfsmiddelen van International [international] B.V. Momenteel is het niet duidelijk of ABN AMRO Bank of Prevan Holding B.V. een eerste pandrecht op de bedrijfsmiddelen heeft. (..) Wij verzoeken u ons schriftelijk te laten weten dat ABN AMRO Bank een eerste pandrecht, en Prevan Holding B.V. een tweede pandrecht heeft (..)”.
Het dossier van International [international] B.V. en daarmee ook de fiattering van betalingsopdrachten ligt bij onze afdeling Fr & R. In overleg met deze afdeling hebben we besloten dat er geen betalingen worden uitgevoerd indien daardoor de kredietlimiet wordt overschreden. (..)”.
Hierdoor kan ik je berichten dat International [international] (..) ermee instemmen een procedure te starten bij de Ondernemingskamer tegen [appellant] en/of zijn vennootschappen nu hij door te verzwijgen dat hij ten gunste van zichzelf pandrechten heeft gevestigd en door hier onjuist over te verklaren tegen de bank en thans te weigeren het eerste pandrecht van de bank onvoorwaardelijk te erkennen, de noodzakelijke uitbreiding van de financiering in gevaar brengt en daarmee het voortbestaan van de onderneming op het spel zet. U heeft aangegeven dat indien binnen 14 dagen deze procedure wordt gestart, de bank zal meewerken aan de meest noodzakelijke verruiming van de financiering(..)”.
Wij zijn met 3 personen eigenaar van International [international] B.V. (..) Medio 2004 tekende een van onze venoten genaamd [appellant] een Pandakte bij de ABN AMRO bank waarin hij verklaarde dat deze een eerste pandrecht zouden krijgen. Dit diende mede als basis voor een financiering voor ons bedrijf. Medio 2008 kwam aan het licht dat [appellant] al een eerder op 19 mei 2003 geregistreerd pandrecht had middels PREVAN HOLDING B.V. (..) Om de ABN AMRO bank toch eerste pandrecht te geven zou [appellant] een zogenoemde rolwisseling moeten doen echter hieraan weigerd [appellant] mee te werken. Hierdoor gaf ABN AMRO bank aan dat zij deze niet zou accepteren waardoor de bedrijfsfinanciering werd bevroren (..)”.
het onderlinge conflict tussen de aandeelhouders en de discussie omtrent het 1e pandrecht op de bedrijfsmiddelen”, en dat deze plaatsing voor International [international] geen kostenverhoging heeft betekent in haar relatie tot ABN Amro.
het onderlinge conflict tussen de aandeelhouders en de discussie omtrent het 1e pandrecht op de bedrijfsmiddelen”.Daarnaast heeft zij gewezen op de brief van de advocaat van International [international] van 12 december 2008 aan ABN Amro, waarin hij schrijft dat [appellant] “
door te verzwijgen dat hij ten gunste van zichzelf pandrechten heeft gevestigd en door hier onjuist over te verklaren tegen de bank en thans te weigeren het eerste pandrecht van de bank onvoorwaardelijk te erkennen”de belangen van de vennootschap had geschaad. In hun aangifte van 13 februari 2009 verklaarden [mede-aandeelhouder van International] en [bestuurder van International] (de bestuurders van International [international] ): “
Dit[eerste pandrecht, hof]
diende mede als basis voor een financiering voor ons bedrijf.(..) Om de ABN AMRO bank toch eerste pandrecht te geven zou [appellant] een zogenoemde rolwisseling moeten doen echter hieraan weigerd [appellant] mee te werken. Hierdoor gaf ABN AMRO bank aan dat zij deze niet zou accepteren waardoor de bedrijfsfinanciering werd bevroren”.
Met het oog op de redelijke termijn voor nakoming als bedoeld in artikel 6:82 lid 1 BW Pro, zal het hof de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten eerst vanaf veertien dagen na de dag van deze uitspraak toewijzen.