Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak- en rolnummer 2890772 resp. 14-2680)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met twee grieven;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De huurder [appellant] huurt sinds juli 2013 een appartement in een complex beheerd door BrabantWonen. In november 2013 mishandelde hij twee schoonmaaksters die de gemeenschappelijke ruimtes schoonmaakten, nadat hij hen aansprak op vermeende overlast. Hij werd daarvoor veroordeeld tot een taakstraf.
BrabantWonen vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens deze ernstige tekortkoming. De kantonrechter wees dit toe en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat de mishandeling voldoende verband houdt met de huurovereenkomst omdat het incident plaatsvond in de gemeenschappelijke ruimtes en de schoonmakers in opdracht van BrabantWonen daar werkzaam waren.
De huurder stelde dat het een incident was, dat hij kwetsbaar is en dat BrabantWonen als maatschappelijke organisatie had moeten bemiddelen. Het hof verwierp deze grieven en benadrukte het belang van een veilige omgeving voor schoonmakers en andere huurders. De ontbinding wordt daarom gerechtvaardigd geacht. Het hof veroordeelt de huurder tevens in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst wegens mishandeling en veroordeelt de huurder in de proceskosten.