ECLI:NL:HR:2007:AZ8743
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verhuurder tot beëindiging huurovereenkomst wegens gedragingen zoon huurder
De zaak betreft een geschil tussen woningstichting Land van Rode en een huurder over het beëindigen van een huurovereenkomst. De verhuurder vorderde vaststelling van het einde van de huurovereenkomst wegens het niet gedragen als goed huurder, gebaseerd op mishandeling van de huismeester door de meerderjarige zoon van de huurder.
De mishandeling vond plaats op het parkeerterrein van het complex, zonder dat de huurder daarvan op de hoogte was of erbij betrokken was. De huismeester liep letsel op en was langdurig arbeidsongeschikt. De zoon werd veroordeeld door de politierechter.
De kantonrechter en het hof wezen de vordering af omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat de zoon bij de huurder inwoonde en omdat de gedragingen van de zoon niet aan de huurder konden worden toegerekend. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de aansprakelijkheid van de huurder voor derden alleen geldt indien deze met het goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken of zich daarop bevinden, en dat beëindiging van de huurovereenkomst niet kan worden toegewezen op enkel de gedragingen van derden zonder dat de huurder zelf tekort is geschoten als goed huurder.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat er onvoldoende verband was tussen de gedragingen van de zoon en het gebruik van het gehuurde door de huurder, mede omdat de verhuurder andere, minder ingrijpende middelen ter beschikking had. Het beroep van de verhuurder werd verworpen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep van de verhuurder af en bevestigt dat de huurder niet aansprakelijk is voor de gedragingen van de zoon zonder eigen tekortkoming.