Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 29 september 2015;
- de conclusie van antwoord van [geïntimeerde] in het incident tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert appellant de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een vonnis dat toedeling van de gezamenlijke woning aan appellant bepaalt. Appellant stelt dat tenuitvoerlegging zijn belangen onevenredig schaadt en dat het vonnis berust op een kennelijke misslag. Geïntimeerde betwist dit en wijst op het langdurige stilzitten van appellant en haar eigen grote belang bij uitvoering van het vonnis.
Het hof overweegt dat voor schorsing op grond van artikel 351 Rv Pro sprake moet zijn van misbruik van recht, bijvoorbeeld door een kennelijke juridische of feitelijke misslag, of nieuwe omstandigheden na de staat van wijzen. Appellant heeft geen nieuwe feiten aangevoerd en de vermeende misslag betreft slechts de kans van slagen in hoger beroep, wat buiten beschouwing blijft.
Daarom wijst het hof de vordering tot schorsing af. De hoofdzaak blijft in behandeling en verdere beslissingen worden aangehouden. De zaak staat gepland voor memorie van antwoord van geïntimeerde op 22 december 2015.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid van het vonnis wordt afgewezen.