ECLI:NL:GHSHE:2015:5032
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- C.N.M. Antens
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen
De appellant heeft in eerste aanleg verzocht om opheffing van zijn faillissement en toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Limburg wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro, omdat niet aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen sprake was van onverantwoord ondernemerschap en dat hij een voldoende boekhouding had gevoerd. Hij deed tevens een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro. Het hof stelde vast dat appellant een aanzienlijke belastingschuld had waarvan het ontstaan niet te goeder trouw kon worden aangenomen. Daarnaast ontbraken jaarstukken en was onvoldoende inzicht gegeven in de zakelijke schulden.
Het hof oordeelde dat appellant niet had voldaan aan de gedragsmaatstaf van goed vertrouwen en dat het beroep op de hardheidsclausule niet slaagde. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid van goed vertrouwen.